Blog

Opvoeden doen wij zo

Het is het meest voorkomende zinnetje. Veelal gebruikt door moeders op de gram maar vast en zeker ook daarbuiten; ‘’we doen allemaal maar wat’’. En als je dit zinnetje hoort gaat het natuurlijk over het opvoeden van kinderen. En ergens kan ik mij daar ook zeker in vinden. Met name op de dagen dat ik geen energie heb, oververmoeid ben of er simpelweg compleet doorheen zit. Op dat soort dagen doe ik inderdaad maar wat. Maar als ik heel eerlijk ben en als ik kijk naar het geheel, de grote lijn in onze opvoeding, heb ik dat gevoel niet. Sterker nog, ik durf mijzelf zelfs een hele bewuste opvoedster te noemen. Ik leer nu ook meteen dat dit dus blijkbaar de vrouwelijke variant is van dat woord. Wist ik namelijk niet. En ik weet zoveel niet. Daar wil ik wel even heel duidelijk over zijn. Nee, ik weet niet alles, al zou de naam van mijn blogsite dat wel suggereren, ik weet écht niet alles. Ik weet dus wel dat ik mij heel bewust ben van hoe ik om ga met onze kinderen. Ik weet ook dat Errol dit wat minder heeft.

Wie doet wat?

In de meeste gezinnen zie je wel een bepaalde taakverdeling. Mama brengt de kindjes naar bed, papa brengt de kindjes naar school, mama gaat met de kindjes naar zwemles, papa gaat met de kindjes naar voetbal. Dat laatste werkt hier overigens net iets anders, ik wil namelijk overal bij zijn met mijn fanatieke hoofd. Errol en ik zijn beide toegewijde ouders. Zo durf ik ons wel te omschrijven. Naast de primaire basis die wij ze geven zoals een dak boven hun hoofd, eten (lekker en veel) en kleding (altijd nieuw), komen onze kinderen ook in de luxe behoeften helemaal niks te kort. Toch zijn dit niet de behoeften waar je de meeste energie voor nodig hebt. Ik heb het altijd een vreemd goed gevonden dat wanneer je op google opzoekt wat de basisbehoeften van een kind zijn, er geen geborgenheid tussen staat. Ook lees je in eerste instantie niks over veiligheid, warmte of liefde. Met een dak, eten en kleding alleen is het toch overleven? En niet leven?

 

Luisteren

Hetgeen wat ik ontzettend belangrijk vind in de opvoeding maar tegelijkertijd ook mijn valkuil is, is luisteren. Luisteren naar je kind ook op de momenten dat je eigenlijk geen energie hebt of wanneer je er simpelweg geen zin in hebt. Want dat laatste is ook bij ouders heel menselijk. Je hebt niet altijd zin. Soms zit je hoofd vol, te vol. Met zorgen of taken. En wanneer een kind dan al haperend iets probeert uit te leggen komt dat niet lekker binnen. Ik probeer altijd te luisteren en als ik echt even geen energie heb voor een compleet onsamenhangend verhaal zeg ik gewoon ‘’oh ja is dat zo?’’ of ‘’ahaaa’’. Niet leuk natuurlijk, wel menselijk. Die van ons trapt daar alleen niet altijd in. Vooral in conflict situaties is het ontzettend belangrijk om naar je kinderen te luisteren. En dat is denk ik waar Errol en ik het meeste in verschillen. ‘’HIJ moet gewoon luisteren!’’ Ja mee eens.. maar jij ook. En als je dat op zo’n moment niet doet mis je de essentie van waar het mis is gegaan. Als ik vanuit onze eigen ervaring spreek zijn de keren dat Jonah brutaal, te bijdehand, baldadig of slecht luistert negen van de tien keer te wijten aan dat hij moe is. Kinderen functioneren namelijk net als wij. Met genoeg slaap, een fit lijf, geen onnodig extreme zorgen en een duidelijk overzicht functioneren ook zij prima. Maar als ergens iets mis gaat op één of meer van deze gebieden kunnen ook zij minder hebben. Ik probeer daar naar te kijken en te luisteren.

Complimenten en positieve feedback

Als ik naar Jonah kijk zie ik een heel sociaal, welbespraakt, zorgzaam en zelfverzekerd jochie. Natuurlijk is hij nog volop aan het leren. Hoe dingen anders of beter kunnen maar goed dat leer ik ook nog elke dag. Jonah durft het gesprek met je aan te gaan, zijn mening te uiten, voor zichzelf op te komen en geeft je sinds kort ook positieve feedback. Pijnlijk soms hoor die laatste. Tot voor kort vond ik het heel ongemakkelijk als mensen mij complimenten gaven over hoe Jonah is, als kind. Dan dacht ik meteen; ‘’nou ja zo is hij gewoon’’. Maar ik doe ons daarmee te kort. Dat weet ik nu. Door bewust in je opvoeding te staan weet je wat je je kind wel en niet mee geeft. En natuurlijk, ik maak mij geen enkele illusie hoor dat dit eeuwig zo zal blijven. Daar hoop ik ook helemaal niet op. Hij moet rebels worden en zichzelf gaan vinden. Hij zal onze idealen aan de kant schuiven om ze later misschien weer terug te vinden, of niet. Wat hij ook doet, ik geloof wel dat deze basis die hij nu al heeft hem hierbij gaat helpen. Om te durven. Om echt te durven. Wij geven onze kinderen ontzettend veel complimenten. ‘’Goed rapport? Je bent een topper!, goede wedstrijd gespeeld? Klasse vent! Ik ben trots op je!, Je kan je naam schrijven? Wauw wat ontzettend knap van je.’’ Hoe ik ‘’soms’’ opschep over zijn atletische talenten op de gram, zo praat ik ook tegen hem. Ik help hem regelmatig herinneren aan het feit dat hij pas vier is en het uitzonderlijk is dat hij zo uitblinkt in al zijn sporten. Waarom zou ik dit niet tegen hem zeggen? Je wil toch dat je kind zich goed voelt bij wat hij doet? Als hij mindere momenten heeft zeggen wij dit ook. ‘’Het ging niet lekker vandaag he? Volgende keer beter knul’’. Ook is het bij ons thuis heel normaal om elke dag tegen elkaar te zeggen dat je van de ander houd. Voor het slapen gaan, voor werk of school. Maar ook gewoon zomaar.  Dit creëert bewustzijn bij een kind. Ditzelfde geldt voor de omgang met anderen. Ikzelf ben best een heethoofd. Geduld heb ik gekregen na mijn eerste bevalling maar ook ik heb dagen dat dit geduld ver te zoeken is. Als je mij gaat lopen provoceren of uitdagen op de verkeerde momenten, ben je gewoon de lul. Je krijgt drie waarschuwingen en daarna straf. Ik wijk hier ook niet vanaf. Weer iets waar Errol en ik in verschillen. Ik denk dat deze balans voor de kinderen juist fijn is. Waar ik soms te streng ben, gooit Errol er een snoepje in. En waar Errol vergeet te luisteren, ben ik stil.

 

Toen Mara net een paar weken oud was en onze oude/nieuwe leven weer ritme begon te krijgen was ik Jonah op een woensdagmiddag aan het klaarmaken voor voetbaltraining. Die sokken over die scheenbeschermers geven mij al kortsluiting als ik eraan denk. Wat hinderlijk dit zeg. Dus op een slechte dag was ik hiermee aan het stoeien. Mara lag te krijsen in de box en Jonah zat met één oog in de tv. Het ging voor geen meter. ‘’Let nou eens op joh!’’ schreeuwde ik geïrriteerd. Hij schrok en begon geforceerd mee te helpen. ‘’Jij wil voetballen he Jonah, dan moet jij er dus ook iets voor doen. Nu is mama diegene die alles aan het doen is, dit kan niet he?’’ en zo gaat dat door. Hormonen, huilende baby, niet meewerkende kleuter en een oververmoeide moeder. (ook moeders met baby’s die goed slapen raken soms oververmoeid)  Dit is geen goede combinatie. Blijkbaar was dit niet de eerste keer dat we deze strijd aan gingen samen want ineens zei Jonah; ‘’Het is niet altijd mijn schuld he mam’’ Zo. Die kwam binnen. Dat bedoelde ik met die positieve feedback. Die heeft hij aardig onder de knie. En dat die positief gebracht wordt wil niet zeggen dat het ook positief binnen komt. Dat moederschuldgevoel ging van nul naar honderd in twee seconde. ‘’Je hebt gelijk zei ik, sorry’’. Ik luisterde.

Schelden en dankbaarheid

Of onze kinderen gaan schelden later? dat is geen misschien vraag, ik weet dat. Wij schelden namelijk ook. Slecht he? Nee hoor, wel onnodig. Heel onnodig maar soms zo verlichtend. Kut, shit, verdomme, tering, tieves. Ohja en fuck. Dit zijn denk ik de meest voorkomende hier in huis. Doen wij dit de hele dag? Natuurlijk niet. Hou ik mij soms ook in? Uiteraard. Houdt Errol zich soms ook in? Meestal niet. Maar goed, dat zijn wij. Mijn ouders scholden bijna niet. Als mijn vader of moeder ging schelden om iets moest ik altijd lachen. Ik ging het niet nadoen want zo vaak gebeurde het niet. Ergens heb ik het toch opgepikt blijkbaar en niet meer ‘’afgeleerd’’. Ik ben ook maar een mens en menig mens scheld. Er zijn ergere dingen op de wereld hoor. Wij schelden overigens nooit op onze kinderen. Dat is dan weer een echte no go. Je zal mij misschien wel eens horen zeggen ‘’arghhhh kleine etter’’ maar dat is geen schelden vind ik. Een etter is namelijk een werkwoord. Ik etter. Hij loopt mij te etteren. En dat doen ze toch ook? Wederom een vastgesteld feit dat soms best benoemd mag worden. Toen Jonah drie was ontstond er ineens een fase waarin hij nieuwsgierig werd naar de scheldwoorden die hij mocht gaan gebruiken later. En met later bedoelde hij als hij vier jaar zou worden.  ‘’Als ik vier ben mag ik dan shit zeggen?’’ ‘’Nee Jonah, wel chips’’ ‘’En als ik vier ben mag ik dan kut zeggen?’’ ‘’Nee Jonah (houd lach in) zeg dan maar verdikkie’’. En zo ging dat dan. Je moet ze wel iets geven natuurlijk.

Als onze kinderen later gaan schelden vind ik dat niet zo’n ramp. Mits het met mate is. Wat ik veel erger zou vinden is als ze geen dankbaarheid zouden kennen. Er is namelijk niks wat ik erger vind dan een hebberig of ondankbaar kind. Niet alleen mijn nekharen gaan er van overeind staan maar mijn hele humeur wordt er door bepaald. Op een negatieve manier. Klein of groot, weinig of veel, soms of vaak, gevraagd of ongevraagd, wees dankbaar. Zeg niet alleen dankjewel of dank u wel maar wees dankbaar. En ditzelfde geldt voor gunnen. Gun jij het een ander niet? dan krijg jij het ook niet. Blijf je om meer vragen terwijl je echt genoeg hebt gehad? Je levert in of je wordt overgeslagen. Dat klinkt misschien hard maar ik schaam mij dood als één van onze kinderen zich ondankbaar gedraagt. En dan bedoel ik niet alleen buitenshuis he, ik schaam mij ook als ze zich thuis ondankbaar gedragen. Het heeft geen plekje nodig in je karakter, in je huidige bestaan of in je toekomstige leven. Je groeit op in een liefdevol nest waar je van alle luxe bent voorzien. Voel je gezegend en groei.

 

Opvoeden doen wij zo. 

 

Liefs Tamara 

 

 

 

   

 

 

Misschien vind je dit ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

five + six =