Gastblog

25 jaar als gastouder; Dit is mijn verhaal

Hallo, ik ben Wil en ik ben 55 jaar. Ik heb twee zonen, de jongste is 16 en de oudste 26. Vijfentwintig jaar lang heb ik mijn huis open gesteld als gastouder. Ik heb het altijd prima naar mijn zin gehad en het werk met heel veel plezier gedaan. Ik heb zoveel kinderen zien opgroeien en ontwikkelen en nog kan ik ze stuk voor stuk voor de geest halen. Een aantal van deze kinderen lopen nu zelf stage op de bassischool waar ik mijn gastouderkinderen ophaalde, grappig he? En alsof de tijd heeft stil gestaan komen zij nog altijd enthousiast naar mij toe om een knuffel te geven. Maar niet alleen de kinderen zijn vaak nog blij om mij te zien na al die tijd, over het algemeen kan ik het ook met de meeste vraagouders nog heel goed vinden.

De kinderen zijn dus vertrokken

Het afgelopen jaar was een ware achtbaanrit. Van het ene op het andere moment ontstonden er problemen die ik totaal niet had zien aankomen. Als gastouder is de opvang die je creëert heel persoonlijk. Niet alleen omdat de opvang plaats vind in je eigen huis maar ook omdat de kinderen opgenomen worden door de rest van het gezin. Het was dan ook aan mij de taak om hier een gepaste en prettige manier van omgaan in te vinden, die zowel voor de vraagouders als voor mijzelf werkbaar was. Ik deed hard mijn best om als professioneel pedagogisch medewerker de kinderen iedere dag iets mee te geven, nieuwe dingen te leren maar ook de veiligheid te waarborgen. Toch, ontstond er een situatie waar ik niet op voorbereid was. Eén van mijn vraagouders kon de opvang naar eigen zeggen niet meer betalen. Dit creëerde een gat van ruim achthonderd euro wat ik mis liep maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om de kinderen de opvang te ontzeggen. Ik wilde niet dat zij de dupe zouden worden van een situatie die volwassene aan gaat. Dus heb ik in goed vertrouwen mijn deuren open gehouden in de hoop dat we er samen uit zouden komen uiteindelijk. Op een bepaald moment koos deze vraagouder ervoor om de kinderen naar een kinderdagverblijf te brengen. De kinderen zijn dus vertrokken maar ook naar het geld kan ik fluiten. En ondanks dat ik weet dat dit probleem zich voort zal zetten op het kinderdagverblijf, heb ik toch het vervelende gevoel dat ik mijn eigen glazen heb ingegooid.

Toen de ouders ‘’veilig thuis’’ over de vloer kregen

Alsof deze financiële problemen nog niet voldoende waren, ontstond er vrij snel nog een situatie die ik nog veel schrijnender vond. Eén van mijn gastkinderen kwam vaak bij ons onder de blauwe plekken. Blauwe plekken die je niet krijgt van vallen zoals kinderen dat doen. Uit angst voor de reactie van de ouders, die niet heel goed stonden aangeschreven heb ik er niet meteen een melding van gemaakt. De ouders kwamen s ’ochtends vroeg, stinkend naar wiet hun kind brengen. Als ik hier dan iets van zei, was het excuus (zoals ik dat zie) dat die geur in de auto zat. ‘’maar in de auto blowen met een kind erbij is toch ook niet gezond?’’ vroeg ik dan. Dit werd weg gelachen en alles behalve serieus genomen. Toch kon ik het niet langer verkroppen om aan te moeten zien hoe er met dit kind omgegaan werd. Om deze reden heb ik, maar ook mijn man en nog een aantal ouders van de betreffende school waar het kind naar toe gaat, een melding gedaan. Toen de ouders ‘’Veilig thuis’’ over de vloer kregen, gingen zij er automatisch vanuit dat ik deze melding gemaakt had. Met als gevolg, dat ik met de dood bedreigd werd bij de eerst volgende ontmoeting. In mijn eigen huis! Ik heb ze de deur gewezen en per direct de opvang stop gezet. Zelfs nu we een jaar verder zijn, zijn de bedreigingen nog steeds aan de orde van de dag. Maar ondanks dat komt het desbetreffende kind nog steeds enthousiast naar mij toe en speelt zelfs nog bij ons in de tuin. Wederom een situatie waarbij ik het kind niet de dupe wil laten worden van een situatie die gecreëerd is en in stand wordt gehouden door volwassene. Ik ben mij er van bewust dat als er ook maar iets voorvalt in de tuin zij mij hier meer dan verantwoordelijk voor zullen houden maar toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen haar de deur te wijzen.

Mijn rechtervoet is dus verlamd

In al die jaren waren er nooit ‘’grote’’ problemen geweest, maar nu bleven ze zich opstapelen. De lol gaat er op die manier echt wel vanaf en ik begon het gevoel te krijgen dat het misschien beter was om ermee te stoppen. Dus, na vijfentwintig jaar gastouderschap, heb ik toch wel met pijn in mijn hart de deuren laten sluiten. Inmiddels heb ik zo’n tien certificaten behaald waaronder in kinderpsychologie en EHBO dus in combinatie met mijn jarenlange ervaring zou het niet moeilijk moeten zijn om ergens aan de slag te gaan. Het viel mij op dat er veel vacatures uitgezet werden voor de BSO (buitenschoolse opvang), harstikke leuk leek mij dit maar door een dubbele hernia die ik een aantal jaren geleden heb gehad, heb ik na de operatie een klapvoet gekregen. Mijn rechtervoet is dus verlamd. Dit houd in dat ik geen auto kan rijden en laat dat nu net een vereiste zijn voor deze functie. Ik werd dus om deze reden keer op keer afgewezen. Zo demotiverend! Maar daar kwam op één april jl. verandering in. Via facebook zag ik een vacature bij een BSO en ik heb meteen contact gelegd. Het was een super leuk gesprek en meteen de dag erna werd ik gebeld dat zij mij heel graag wilde hebben. Voor deze locatie was een rijbewijs niet nodig. De kinderen werden met de Stint van school opgehaald. Na een keer meerijden en instructies over de besturing hiervan was het aan mij om de kinderen op te halen. En ook al was ik een elektrische bakfiets gewend, viel dit toch niet mee. Het voelde alsof ik 50km per uur ging, terwijl die dingen maar 17km per uur gaan. Het sturen is ook net even anders dan de bakfiets maar het ging goed. Ik vond het steeds minder eng en vooral als de kinderen erin zaten was het besturen een stuk fijner. Ik kreeg net wat meer zelfvertrouwen en pepte mijzelf op dat ik dit best kon. Tot het compleet mis ging.

Mijn collega was nog steeds in het ziekenhuis

We waren net op weg om de kinderen van school te halen dus de Stints waren leeg. Ik reed voorop en mijn collega reed achter mij. Terwijl ik de bocht naar links nam, raakte ik uit balans en klapte ik tegen de stoeprand zo de bosjes in. Een grappig verhaal was het geweest als het niet zulke nare gevolgen zou hebben gehad. Ik kwam uiteindelijk met mijn hoofd op de straat terecht. Mijn hand, waar mijn hoofd op ruste zat onder het bloed, dus ik wist meteen dat er iets goed mis was. Omstanders wilde mij verplaatsen omdat ik op de weg lag maar mijn collega wilde hier niks van weten en plaatste de Stint zo, dat ik afgeschermd zou zijn van voorbij rijdend verkeer. Niet alleen mijn hoofd had de klap flink opgevangen maar ook mijn voet deed vreselijk veel pijn. Gelukkig kwam er iemand voorbij die huisarts van beroep bleek te zijn, ik liet zien dat ik mijn voet kon bewegen maar verder moest ik stil blijven liggen. Na een kwartier arriveerde de ambulance. In het ziekenhuis bleek de hoofdwond gelukkig mee te vallen, wel had ik een diepe wond in mijn ellenboog dus daar moest een hechting in. Mijn enkel was er het ergst aan toe. Op drie plaatsen gebroken en dus ‘’gewoon’’ verbrijzeld. Een operatie volgde en een verblijf in het ziekenhuis ook. Verschrikkelijk natuurlijk maar ik kon alleen maar denken aan mijn nieuwe baan en hoe erg het was dat dit gewoon de eerste week gebeurd was. Mijn collega was nog steeds in het ziekenhuis, samen met mijn man. Toen zij vertrok en mij veel sterkte wenste zei ik ‘’bedankt maar ik ben er morgen gewoon weer hoor’’ ‘’ ja hoor Wil’’ antwoorde zij. Daarna viel ik in slaap.

Ik heb er altijd gestaan voor de kinderen

Ik mag er zes weken niet op staan. Ook zat er voor twee weken gips omheen en zitten er tien schroeven in mijn enkel. Nu is het gips eraf maar ik mag hem nog drie weken niet belasten. Hierna moet ik terug voor controle en tot slot zal fysiotherapie er voor moeten zorgen dat alles weer goed komt. Over drie maanden gaan de schroeven eruit dus ik ben er nog wel even zoet mee. Onze vakantie naar Spanje zit er ook nog tussen dus ik hoop dat dit allemaal goed komt. Wat mij het meeste dwars zit, is dat ik vijfentwintig jaar lang niet ziek ben geweest. Ik heb er altijd gestaan voor de kinderen. Nu heb ik na een moeilijke periode een leuk baan gevonden en lig ik er na zes werkdagen voor maanden uit.

Dit is zo niks voor mij..

Misschien vind je dit ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 × three =